« Mijn fouten? Dat zou ons te ver leiden. En ik moet mijn dochter halen. Goed? », De Weekblad

5993bcb2-5ad1-11e4-adf8-b91d8e64c301_web_scale_0.2225783_0.2225783__

Dáár: ze knipoogt. Het gesprek zit erop, de recordertjes gaan uit en ze doet het weer, even schalks als Wiske op het einde van eenSus & Wis. Schijnbaar achteloos ook: ze slaat haar handen voor haar mond als ze onze reactie ziet. ‘Echt?’ Alsof dat oog vanzelf aan het knipperen ging. Alsof het niet erg welgemikt was, dat kleine teken van verstandhouding op het einde: ‘Goed? content? Ik ook, tot een volgende.’

Alexander De Croo (Open VLD) stond als vicepremier vaak tegenover Onkelinx. Een dag eerder had hij aan de telefoon gezegd: ‘Ze kan verschrikkelijk roepen en van haar tak maken, soms gunt ze je geen millimeter. Maar nadien wel een kneepje in je arm, of een vette knipoog.’ Slaan en zalven, wegduwen en weer aanhalen – het is geen toeval dat ze van schaken houdt.

Niets is toeval als het Laurette Onkelinx betreft. Al ontkent ze dat zelf met klem, en grootse gebaren. ‘Ik speel niets uit, ik bén zo.Je parle a l’italienne. Ik gebruik mijn handen, mijn armen, mijn ogen, mijn hele lichaam. Ik hou niet van telefoongesprekken, ik wil direct contact, zoals dit, of op de televisie. En ja, ik ben een vrouw, en dat wil ik voluit zijn. Zoals ik ook moeder en politica ben.’

Vorige week, de kamerdebatten over het nieuwe regeerakkoord. Doen de meeste ministers-af het eerste jaar hun mond niet open, onwennig als ze zijn in de oppositiebanken, Onkelinx ontbond meteen haar duivels.’C’est quoi ça? C’est quoi ça?’ riep ze toen Charles Michel (MR) zijn regeringsverklaring wou voorlezen. Dat hij de sleutels van het land aan nationalisten had gegeven. En dat Jan Jambon en Theo Francken (N-VA) stante pede ontslagen moesten worden.

‘Ik wou een apart debat over die collaboratiekwestie, los van het sociaaleconomische luik, en ik heb dat erg kalm gevraagd. Omdat ik de inhoud van het regeerakkoord mínstens even belangrijk vind. Maar mijn voorstel is geweigerd, en het ene debat is met het andere aan de haal gegaan.’

De vrouw die ooit zei dat een politicus geen clown is, werd verweten er een circus van te maken. Siegfried Bracke, kersvers voorzitter van de Kamer, zat erbij en keek ernaar, als een vader naar zijn baldadige tienerdochter.

Volgens medewerkers kwam u de Kamer buiten en zei u zelf:’Je sais, je sais, je sais.’ U wist dat u hevig was geweest – te hevig?

‘Hmm. Hebben ze dat zo geïnterpreteerd? Kijk, als ik gepassioneerd ben, dan toon ik dat. Ik vind níét dat ik te ver ben gegaan, mijn reactie was recht evenredig met de mate waarin ik verontwaardigd was. Jambon en Francken zijn te ver gegaan. En Charles Michel is het schoothondje van De Wever. En ja, ze hebben me hysterisch genoemd, maar dat blijft het eeuwige probleem: maakt een man zich kwaad, dan is hij sterk; een vrouw is hysterisch. Dat soort machisme is er in de politiek nog steeds.’

U zei een jaar of zeven geleden in een interview metHumo nochtans dat het wel meeviel met het machisme en seksisme in de politiek.

‘Toen! Maar kijk hoe we er nu voor staan: geen enkele vrouw in het kernkabinet! Isabelle Durant en ik waren in 1999 de eerste vicepremiers, vrouwen hebben vijftien jaar gehad om eindelijk hun stempel te drukken in het centrum van de macht. En nu zit daar weer niemand van ons. Dat is een enorme stap achteruit. Jonge vrouwen vinden het feminisme overbodig geworden: ze hebben rolmodellen, zien wat mogelijk is. Maar ze staan er niet bij stil dat ook achteruitgang een optie is, zelfs in een democratie. Het is simpel als het op vrouwenrechten aankomt: niets is verworven.’

Critici zeggen dat uw verontwaardiging vaak een gimmick is, ook vorige week in de Kamer.

‘Maar enfin, ik was echt geraakt door wat Jan Jambon heeft gezegd. Voor mij is de collaboratie geen vergissing, het is een misdaad. Punt. De grootste criminele onderneming van de 20ste eeuw. De moeder van Marc(Uyttendaele, haar man,red.) woont nog altijd in het huis in Lasne waar de nazi’s indertijd zijn grootmoeder zijn komen halen. Claire Eloy heette Marcs oma, ze woonde in Sint-Gillis, maar had in Lasne een vervallen huisje gekocht. Niemand begreep het, ze noemden haar »la folle de la ruine ». Maar ze heeft in dat huis wel een hele tijd Edgar Lalmand voor de nazi’s verborgen gehouden, de voorzitter van de Communistische Partij. In 1943 werd ze zélf opgepakt, en in de gevangenis gestopt. Maanden later werd ze op de laatste trein naar Duitsland gezet. Gelukkig heeft het verzet dat transport gesaboteerd – ze is in Mechelen kunnen ontsnappen.’

Dus vorige week was persoonlijk voor u?

‘Ook, maar dat is het voor zovelen. Mijn eigen grootmoeder zat in Frankrijk in het verzet. Er was zoveel moed toen, en wij zijn daar de erfgenamen van. Het is veel beter dat onder de aandacht te brengen dan hen die te laf waren om weerstand te bieden.’

U hebt zelf kinderen: u kunt toch begrijpen dat mensen op zoek gaan naar wat hun ouders of grootouders hebben gedaan, en waarom?

‘Natuurlijk, ik verwar het heden niet met het verleden. Maar proberen te begrijpen waarom je grootvader heeft gedaan wat hij deed, is wat anders dan zeggen: hij had zijn redenen.’

Het verschil lijkt subtiel.

‘Maar dat is het niet! Als iemand zegt:de collaboratie was een misdaad, ik gruw ervan, maar het is deel van mijn geschiedenis, ik wil begrijpen – dan is dat erg aannemelijk. Maar het is niet wat Jambon heeft gezegd. En wat met de uitspraken van Francken, over Algerijnen, Marokkanen, andere Afrikanen? Wat met zijn excuses, die het absolute minimum waren? Och god twintig seconden hebben ze geduurd.’

‘Francken en Jambon hebben geen plaats in het parlement. Dat is mijn stellige overtuiging. Ik kan, ik wíl, een houding als die van Francken niet begrijpen. Maar ik ben het niet die beslis.’

Kan de PS ooit nog met de N-VA regeren?

‘Laat me u het verschil uitleggen tussen de MR en ons. Vóór de verkiezingen heeft de MR gezegd: nooit met de N-VA, dat is een racistische, xenofobe partij. De PS heeft dat nooit beweerd. Wij hebben duidelijk gemaakt dat de N-VA een rechtse partij is, die heel andere keuzes maakt dan wij, én dat ze het einde van het land wil – een deconstructie waarvoor de PS zich nooit zal lenen.’

‘Wat gebeurd is bij de start van het politieke jaar, gaat niet over de N-VA, maar over twee politici uit die partij. Ik probeer geen amalgaam te maken, niet te communautariseren ook. Het gaat niet over « de Vlamingen » of « de N-VA », het gaat over individuen, en individuele fouten. Ik heb de voorbije legislatuur excellent samengewerkt met Elke Sleurs van de N-VA, die nu staatssecretaris is en toen de commissie Sociale Zaken in het parlement voorzat. Ik hou niet van haar nationalisme, maar ik heb grote bewondering voor alles wat ze, bijvoorbeeld, rond euthanasie heeft gedaan.’

‘Als Bart De Wever daarentegen zegt: »Ce sont des foutaises francophones », dan maakt hij het debat wél communautair. En dan liegt hij, want hij was er niet bij. Hij had andere, ongetwijfeld belangrijkere, dingen te doen dan erbij te zijn op de opening van het politieke jaar.’

Eieren voor de tolk

Ze zegt het afgemeten, en is dan veelbetekenend stil. Zo gul als ze kan zijn, zo zuinig ook, koud zelfs. Dan laat ze vooral haar blauwe ogen spreken. Ze zou nooit hard genoeg worden voor de politiek, dacht haar vader, Gaston Onkelinx. Een ‘overgestoken’ Vlaming, arbeider bij Cockerill, later burgemeester van Seraing en jaren in het parlement. Ervaring zat, maar zelfs een vader kan zich vergissen. Vandaag lijkt het haast omgekeerd: alsof zij, bijwijlen, te hard is voor de politiek.

Ze lacht uitbundig om die gedachte, te uitbundig haast. ‘Té hard? Ach, mijn vader had een andere carrière voor mij in gedachten. Als tolk, allez, stel je voor. Ik?’ Alsof ze wil zeggen: de vrouw die jarenlang om haar Nederlands werd uitgelachen. Die het nog altijd met schroom, en niet bepaald vloeiend, spreekt, haar Limburgse roots ten spijt. (Ter harer verdediging: haar moeder was een Française, met Algerijnse wortels; thuis was de voertaal Frans.) ‘Ik heb het ingangsexamen voor de tolkenschool in Bergen gedaan, maar na een maand ben ik ermee opgehouden. Het was niets voor mij. Ik denk dat mijn vader een zacht beroep voor zijn dochter wou, iets wat geschikt was voor een vrouw. Hij is veel veranderd intussen. Ik wou, ook toen al, mijn overtuiging kwijt.’

Al bij haar eerste verkiezingen in 1987, derde op de lijst na André Cools en Alain Van der Biest, gooit ze hoge ogen. Na een korte passage op het federale niveau wordt ze minister-president van de Franse Gemeenschapsregering. Die zit op dat moment op donkerzwart zaad. Ze krijgt de portefeuille Onderwijs, die zo mogelijk nog leger is dan de andere. Als vuurdoop mag ze 3.000 man afdanken. In 1996 lopen betogingen en stakingen maandenlang in elkaar over. Behalve eieren krijgt ze ook verwijten naar het hoofd geslingerd, haar gezin moet het ontgelden en doodsbedreigingen zijn vaste prik. Maar ze zet door.

‘Mijn vader was als arbeider begonnen, mijn moeder was huisvrouw, dus ik weet maar al te goed wat de emancipatorische kracht van onderwijs is. De Franse Gemeenschap was dan wel failliet, maar dit departement was een fantastische uitdaging. Was het niet Jaurès die zei dat je voor elke school die je opent, een gevangenis kan sluiten?’

Haar woordvoerder: ‘Ik denk dat het Hugo was.’
Onkelinx: ‘Victor Hugo? Ah bon. Het is in ieder geval iets wat Jaurès ook gezegd zou kunnen hebben.'(lacht) De bonden gaan er dezer dagen ook hard tegenaan, maar wat u over u heen kreeg, was nog wat anders.

‘Ik begreep de woede van de vakbonden. In hun plaats had ik wellicht net dezelfde reactie gehad. Maar er was geen geld,j’ai dû assumer. Ik ben altijd blijven praten. Maar sommigen dreven het echt te ver. Dat is door de bonden ook aangeklaagd, het ging om individuen. Je kinderen die op school gegijzeld worden: dat is ronduit schandalig. En het laat sporen na. Ik heb nooit bescherming gewild, maar op zeker moment ging het zover dat het móést. Ik heb toen een compromis afgedwongen: mijn chauffeur mocht me « beschermen », maar moest wel eerst allerhande tests afleggen. Jongens toch. Ik kan me het leven niet voorstellen in een maatschappij waar je niet vrij bent, ik ben te veel op mijn onafhankelijkheid gesteld.’

Ieder zijn muziekje

Eerst haar kinderen, ‘haar alles’, zeggen intimi, dan het werk. Vóór halftwaalf – een halfuur vroeger dan afgesproken – wil ze met het interview klaar zijn, want ze moet en zal om twaalf uur aan de schoolpoort staan. Onkelinx heeft vier kinderen: een zoon (24) en dochter (21) uit haar eerste huwelijk, een dochter (12) met haar huidige man, de advocaat Marc Uyttendaele, en een stiefzoon.

‘Kinderen zijn een fantastisch avontuur, het grootste en het mooiste wat je kan overkomen. Maar zodra ze er zijn, weet je dat je nooit meer zonder zorgen zult zijn.’ Dat werd een paar jaar geleden pijnlijk duidelijk toen haar oudste dochter, 17 toen, door de politie werd opgepakt, na een nachtelijke rit met een jongeman die van drugsfeiten werd verdacht. Als publiek figuur moet ze bovendien voor lief nemen dat die dingen voortdurend worden opgerakeld. Ook nu, na haar opgemerkte rentree in de Kamer, krijgt ze mails van mensen die menen haar daaraan te moeten herinneren.

‘Het went nooit. Ik heb voor dit beroep gekozen: dat daar van alles bij komt, tot daaraan toe. Maar voor mijn kinderen is het nooit een keuze geweest. En ze lezen ook de kranten. Anderzijds’, en ze lacht voor het eerst zonder klank, ‘na de debatten in de Kamer kreeg ik een sms’je van mijn zoon: »Maman, je suis fier de toi. » Dat maakt een en ander goed.’

Monica De Coninck (SP.A) liet zich als minister ooit ontvallen dat ze vrouwen liefst voltijds aan het werk ziet. Bent u het daar als gewezen topminister en moeder mee eens?

‘Vroeger zou ik het met Monica eens zijn geweest. Nu niet meer. Als een vrouw of een man – want daar gaat het om: dat het evengoed een man kan zijn – beslist het werk te combineren met nog een ander leven, een gezin: waarom niet? We moeten collectief denken, maar we moeten ook luisteren naarles petites musiques individuelles. Iedereen is anders, en heeft zijn eigen muziekje. Ik kan heel goed begrijpen dat mensen ervoor kiezen deeltijds te werken. Werkelijk. Het enige: het moet een keus zijn. En dat is het voor velen niet. Het beste voorbeeld is een cassière met onderbroken uren, die een deel ‘s morgens en een deel ‘s avonds moet werken.’

Maar hoe doet ú dat, als toppolitica? Uw man heeft ook geennine to five?

‘Ik heb het geluk dat familie ook voor hem essentieel is. We maken keuzes. Hobby’s hebben we niet, of tijd voor onszelf. Ik wil vrouwen tonen dat het mogelijk is, maar het vraagt een hele strikte organisatie.’

Als vicepremier kon u toch onmogelijk om 12 uur aan de schoolpoort staan?

‘Mwa… Sinds Verhofstadt is dat sterk veranderd. Zelfs de mannen begonnen toen tijd voor hun gezin te vragen. Ik herinner me Johan Vande Lanotte die per se een basketbalmatch van een van zijn kinderen wou zien. Wel, we hebben toen de kern in de buurt van Oostende gehouden, niet ver van de sporthal.’

Maar vroeger zou u het dus wel met De Coninck eens geweest zijn? Leg uit.

(aarzelt, zoekt haar woorden) ‘Wel, omdat… Toen ik jonger was, véél jonger… Vergeet mijn wortels niet. Ik ben geboren in een milieu waar de sociale strijd verschrikkelijk was. Mijn vader werkte bij Cockerill, er waren sluitingen, afslankingen, ontslagen. Mensen verkeerden in voortdurende wanhoop. Het was een milieu waarin het collectieve gevecht belangrijk was, veel meer dan individuele vrijheden en keuzes. Tegenwoordig zien we het omgekeerde gebeuren. Ik vind dat de twee complementair zijn, en allebei belangrijk. Dat leer je van je het leven! Toch? U dacht toch niet dat ik eeuwig dezelfde blijf? Ook ik verander.’

Tranen in de Kamer

Als fractieleider heeft ze een iets groter kantoortje dan de gewone kamerleden, maar uitbundig is anders. In de kleine ruimte is nog net genoeg plaats voor twee strakke leren banken. Op haar bureau staat een uitbundige maar stijlvolle lamp – een trouwcadeau. René Magritte kijkt toe vanop een enorme foto aan de muur.

Het hééft ook iets surrealistisch: twee weken geleden zat vicepremier Onkelinx nog aan de overkant van de straat, in een groot kabinet, met een hechte ploeg om zich heen. Maar die zijn de voorbije maanden één voor één uitgezwermd, op zoek naar een nieuwe job.

Hoe moeilijk was het: na twintig jaar in de regering plots in de oppositiebanken? U had meer dan twee decennia de macht.

‘Ik ben de straat overgestoken, en heb de knop omgedraaid. Ik zet mijn werk voort, maar op een andere manier. Het afscheid van al die fijne mensen om me heen: dát doet wel pijn.’

U houdt ervan projecten uit te werken, van a tot z, met een goed team. Dat er nu niet meer is. Dat zal u nog het meeste parten spelen, niet?

‘In de Kamer is dat vanuit de oppositie moeilijk, ja. Maar met constructieve oppositie kan het wel, denk ik. En in Brussel kan ik wél nog aan projecten bouwen. Maar waar u naar op zoek bent: ik heb er geen seconde aan gedacht om Brussels minister-president te worden. Ik was kandidaat voor de Kamer.’

De PS kan u federaal niet missen. Uw fractie is te zwak.
(vurig) ‘Heeft u mijn fractie bezig gezien? Ik was ongelofelijk fier. Ze zijn haast allemaal op het spreekgestoelte geklommen.’ Alleen maakt Julie Fernandez-Fernandez iets minder indruk dan Laurette Onkelinx.

‘Wablieft? Chapeau voor Julie Fernandez-Fernandez. Op het einde van haar tussenkomst – en daar heeft u meteen een scoop – had ik tranen in de ogen. Zo’n vrouw toont de rijkdom van migratie. Ze heeft de dubbele Spaans-Belgische nationaliteit, maar voelt zich meer Belg dan sommigen in de regering. Haar »No pasaran » kwam vanuit de buik,elle a parlé avec ses tripes.’

U hebt in interviews jarenlang gezegd dat u niet oud wou worden in de politiek. Was dit geen goed moment geweest om ermee te stoppen?

‘Ik weet het, de jaren glijden voorbij… Als ik me ergens anders nuttig kon maken, dan zou ik dat doen. Maar ik denk dat ik hier nog nodig ben.’

U bent 56. Wat wil, of kan, u voor uw pensioen nog gaan doen?
(aarzelt) ‘Goh, nu stelt u een vraag waarvoor ik nog niet klaar ben. Ik heb nooit een carrièreplan gehad, ook nu niet.’ In de Kamer riep u Charles Michel toe: ‘Uw benoeming toont onze zwakte aan’. Wat bedoelt u daarmee?

‘Dat wij Franstaligen niet meer mogen kiezen wie in onze naam spreekt. In Vlaanderen zou dat compleet ondenkbaar zijn: een federale regering met drie Franstalige partijen en maar één Vlaamse – dan breekt de revolutie uit. Drie vierden van de Franstaligen is niet vertegenwoordigd in deze regering.C’est fou.’

‘Het is alsof wij met de Franstaligen een akkoord zouden maken en dan tegen een willekeurige Vlaamse partij zouden zeggen: « Hey, jij daar, kleintje.Viens un peu. » Dat zou van een compleet misprijzen tegenover de Vlamingen getuigen. En toch is het net dat wat Michel met de Franstaligen doet. Verrast het dan dat hij in cartoons vaak als Pinocchio met z’n lange neus wordt afgebeeld?

‘Ik ben de dochter van een Vlaming en een Frans-Algerijnse. Wat de Franstaligen destijds met de Vlamingen hebben gedaan, is verschrikkelijk. Dat is beetje bij beetje rechtgezet. Maar in plaats van de dingen te herstellen, doet men nu het omgekeerde. Dit is een keerpunt in de geschiedenis. Een gevaarlijk keerpunt.’

Wat ligt voorbij dat keerpunt? Is er een toekomst voor dit land?

‘Ik denk het wel, ja.’

Dat klinkt niet bijster enthousiast.

(luid, armen in de lucht) ‘Zal ik « ja » roepenà l’italienne?(lacht) Echt. Ik zie de toegevoegde waarde niet van een vernietiging van het land. Ik geloof in dit land, in Europa. Het in kleine eenheden opdelen, brengt geen voordeel.’
Dat de PS na vijf jaar rechts beleid vragende partij wordt voor confederalisme, dat mag de N-VA dus op haar buik schrijven? ‘Dat zal nooit gebeuren.’
Nooit?

‘Ik geloof dat absoluut niet.(à l’italienne) Wij houden van onze regio’s, van Brussel en Wallonië, zoals de Vlamingen van Vlaanderen houden, maar niet vanuit een of ander romantisch gevoel. Onze liefde is niet tégen een ander gericht. Het confederalisme zou een grote fout zijn. Het zou dingen kapotmaken, en heel veel mensen verweesd achterlaten,au bord du chemin.’

Over fouten gesproken: hebt u er zelf gemaakt?

‘Natuurlijk, zoals elke mens.’

Welke?

‘Goh… Weet u, ik ben iemand die altijd in team werkt.’

Dus een fout is er nooit één van u alleen, altijd van het team?

(ze lacht en gooit een laatste keer haar armen in de lucht) ‘Maar allez, dat heb ik nu toch niet gezegd. Het zou ons te ver leiden, mijn fouten. En ik moet mijn dochter gaan halen. Goed?’

Ze zwijgt, trek haar blauw gilet goed en daar is-ie, de knipoog. Einde.